Friese vlag geschiedenis

Geschiedenis van de vlag van Friesland

 

De Friese vlag kenmerkt zich vooral door de 7 rode plompe- waterleliebladen (Fries: pompeblêdden).
Volgens overlevering symboliseren deze plompebladen de 7 (vroeg middeleeuwse) Friese zeelanden: zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Weser, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen.

Al in de 11e eeuw was een vlag met ‘pompeblêdden’ bekend. Dit kan men opmaken uit verzen van het Gudrunlied.
Omstreeks 1200 vertonen Scandinavische wapenschilden velden bestrooid met leliebladen of harten, dikwijls in combinatie met afbeeldingen van leeuwen.

De Friese vlag in zijn huidige gedaante is meer dan honderd jaar oud. In 1897 werd hij door gedeputeerde staten goedgekeurd en in 1927 voor het eerst officieel gebruikt. Pas in 1957 is de vlag door de staten van Friesland vastgesteld en aan de Koningin ter bevestiging aangeboden.

Provinciale staten van Friesland besloten in hun vergadering van 9 juli 1957 tot vaststelling van de Friese vlag en de omschrijving daarvan als vogt te doen luiden:

Een vlag van zeven schuine banen van gelijke breedte, afwisselen cobaltblauw en wit; de middellijn van de middelste baan beginnende boven aan de broekzijde en gaande van hoek tot hoek; de witte banen beladen met zeven scharlakenrode plompebladeren loodrecht op de as van de baan staande en geplaatst 2 : 3 : 2